13c - de betekenis van de kleuren

Om het geheim van de symboliek van de kleuren te doorgronden zouden we eigenlijk terug moeten gaan tot aan het begin der tijden, want de kleuren hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in alle vormen van de ontwikkeling der volkeren: in de religie, de heraldiek, de ceremoniën, de alchemie en de geneeskunde. 

Zowel in de voorchristelijke en primitieve religies, als in de religies onzer tijden spelen de kleuren een voorname rol, mits de herinnering aan hun symboliek en vooral aan hun trillingen niet is verloren gegaan. 

In de middeleeuwse schilderijen kan men bemerken hoe de kleurensymbolieken nog bekend zijn, evenals in de kathedralen-bouw. 

Onze hedendaagse kunst maakt nauwelijks gebruik van de achtergronden van deze kennis, waardoor een verinniging en verdieping van de schepping achterwege blijft. 

In de symboliek en het gebruik van de kleuren der oude volkeren kan men een eenheid in religieus beleven herkennen; conclusie: in oude tijden was het spirituele besef een eenheid. 

Uit het zwart, de schoot van de aarde, werden de religieuze vormen geboren onder invloed van de zeven trillingswerkingen van de planeten of duivelen. De spiritualiteit ging zich uitdrukken in verscheidenheid. 

Elke religie drukt zich uit naar de emotionele of verstandelijke trilling der kleuren, ook vermengingen. 

Zoals er heden vele kleuren tegennatuurlijk zijn, een door mensen bedachte vermenging, zo zijn er ook allerlei kleurschakeringen gekomen in de spiritualiteit of de religies, afwijkend van de oorspronkelijke kleur, of natuurlijke impressie. 


De zeer oude volkeren erkenden twee dominerende kleuren: het zwart en het wit. 

Alles wat zich tussen deze beide afspeelt is een strijd dan wel een harmonisch spel van beide. 

De huidige vorm van ijverzucht tussen de religies, de oorlogen en de haat bewijzen de degeneratie der mensen en de onkunde betreffende de eenheid en de betekenis van de kleuren. 

Zoals vele schilderijen en zoals in de muziek de samengevoegde kleuren of tonen kunnen disharmoniëren, zo vloeken tegenwoordig de religies met elkander, omdat de hoogste trillingen voor samenvoeging eruit verdwenen is. 

De sleutel is de Smaragd, het vitriool. 

Slechts de meest wijze mens is in staat datgene dat ogenschijnlijk disharmonieert tot een eenheid samen te brengen. 

In de ramen van de kathedralen vinden we de harmonie der kleuren terug; hun taal is verspreid in India, in China, in Egypte, in Griekenland en ook in Rome, zijnde de wieg waarin de oude kennis opnieuw herboren werd. Vandaar dat magische religies, kennisdragende priesters de mens kunnen overheersen. 

De ramen van de kathedralen symboliseren de wijsheid van Zen, van de Vedas en van de Egyptische tempels. 

De middeleeuwse kathedralen zijn getuigen van een spirituele wijsheid, die vorm aannam in de symbolen en de kleuren van verschillende kathedralen. 

Men vindt er de alchemie, de mythologie, de astrosofie, de wijsheid van de oosterse leringen, kortom er zijn kathedralen die de eenheid van de geest verkondigen. 

Vanaf de oudste tijden geloofden de volkeren, o.a. de Perzen, in een unieke God, een eenheid waarin alle kleuren, alle klanken en alle sferen zich verenigden. 

Langzamerhand vermaterialiseerde een religie zich en deze eenheid verdween om plaats te maken voor een bepaalde kleur of een vermenging, dan wel een geforceerd samengaan van enkele kleuren. 

De primitieve natuurreligies met hun afgoden e.d. zijn altijd een restant van een hoogstaande spiritualiteit. 

Zodra de wijsheid zich terugtrekt neemt de materie en de uiterlijke vorm haar plaats in. 

Zoals met de edelstenen en het goud; zodra de mens de kennis en de verborgen kracht van mineraal en edelstenen vergeet, verlaagt hij zich tot het pronken met de vormen. Uiterlijke tooi is altijd het symbool van een vergeten kennis of een innerlijke ledigheid. 

Hetgeen men innerlijk niet vindt, zoekt men in het uiterlijke. Zo is het eveneens in de spiritualiteit en de religies gegaan. 

De symbolen verstarden tot uiterlijke vormen. 

Het symbool werd of wordt een godheid. Dat is al eeuwen aan de gang. 

Tempels werden protserige verzamelingen van kostbaarheden, symbolen en afgoden, om zo de verloren gegane wijsheid te vervangen en elk onkundig mens wordt erdoor bedrogen. 

Hij, die verlangt naar de oerwijsheid zal altijd eerst aangetrokken worden door zijn symboliek, maar hij blijft daarbij niet staan. 

De waarachtig zoekende mens zoekt altijd de ziel van iets. Zoals hij de ziel van de alchemie, van de edelsteen en nu van de kleuren wil weten. 

Hij, die zijn eigen ziel zoekt, zoekt eveneens de ziel in de natuur. Ziel zoekt ziel. 

Uit de samenvoeging van de drie zielen: natuur (lichaam), de ziel van de ziel en de ziel van de geest wordt de volkomen eenheid gevormd, zegt de alchemist. 

Van de ouden kunnen we vernemen dat er in hun tijd drie vormen van godsdienst waren: een materiële, een mystieke (heilige) en een goddelijke. 

Zoals de drie edelstenen op de Ephod van Aäron drie soorten geloof symboliseerden: 

de Sardonyx: het materieel geloof; 

de Jaspis: het heilige of hart-geloof; 

de Smaragd: het goddelijke of eenheids-geloof. 

Zowel de Sardonyx als de Jaspis kunnen verschillende kleuren hebben, al naar gelang de staat van de mens, maar de Smaragd heeft slechts één kleur: diepgroen, een vermenging van een specifieke kleur blauw en een goudgeel. 

Dat is de hoogste vorm van spiritualiteit voor de mens, voordat hij de volkomenheid van de Diamant en zijn speciale lichtende wit bereikt. 

De mens gaat van de Smaragd tot de Diamant, zeiden de ouden. 

In vroeger tijden was het de kunstenaar verboden af te wijken van de symboliek der kleuren en van de werking der metalen. 

Het samensmelten van bepaalde metalen was verboden bij de oude Egyptenaren, evenals het oprichten van godenbeelden; de kunst was ondergeschikt aan de religie. 

In de tempels van Egypte, zegt Plato, was het niet toegestaan kunstwerken te vervaardigen volgens nieuwe regels, maar de techniek en de regels waren reeds duizenden jaren oud, vandaar dat de kunst geleek op die der ouden. 

De hedendaagse nostalgie is het zoeken naar de schoonheid van de oude kunst. 

In Rome stond de doodstraf op het zich kleden met of het verkopen van stof in een purpurkleur. 

In China was het gewoonte 300 stokslagen te geven aan hen die klederen droeg met het symbool van de draak of de Phoenix, en een verbanning van drie jaren. 

Denk in dit verband aan de hedendaagse bedrukte stoffen met Egyptische symbolen, Boeddha's, etc. !! 

Heden kan men de oude taal der kleuren terugvinden in de drie klassen van de volkeren. 

1. de religieuze ceremoniën en de maatschappelijke functies, zoals vlaggen, de symbolieken; 

2. dan de heraldiek en zijn gewoonten (die ook reeds verdwijnen); 

3. tenslotte de profane aanwending van de kleuren. 

De twee bovenste kleur-gebruiken vervallen reeds, er lijkt slechts de profane over te blijven, met daar tussendoor een nostalgie naar het gebruik van de beide andere kleurensymbolieken. 

Die nostalgie is vaal instinctief, vandaar dat men tracht religieuze symbolen en religieuze kleuren aan te wenden in de profane gebruiksvoorwerpen. 

Het geestelijk verhongerende volk zoekt naar een godheid in de kleurensymboliek, in schoonheid, in edelstenen, in mineralen. 

En dit wordt een tragische en soms lachwekkende demonstratie. 

Zie de kerkenbouw, de religieuze modernisering. 

De ene toont zijn armoede in negatie van alle symboliek, de ander toont diezelfde armoede door het aanwenden en verstarren in de symboliek. 

Zielloosheid treft men in beide vormen. 

De kleuren die onze aarde tentoonspreidt, zei de oude priester, moeten voor de wetende mens duidelijke tekenen zijn. 

Zie: Het Boek der Natuur van de Alchemisten.

Zie: de symboliek van de bloemen en hun kleuren. 

In de volksmond hebben de kleuren nog hun betekenis, er zijn liedjes die hen een gave toedichten: 

rose = liefde; 

geel = haat; 

blauw = trouw; 

grijs = kwaad; 

groen = hoop; 

rood = hartstocht; 

wit = onschuld; 

zwart = de dood. 

In het leven van de mens zijn zeven kleuren dominerend; kleuren die, al naar hun trilling, zich vermengen kunnen met een andere kleur: violet - indigo - blauw - groen - geel - oranje - rood. 

In het kleurenpalet van de schilder erkent men eigenlijk vijf kleuren: wit - blauw - rood - geel - zwart. Uit hen ontstaan alle andere kleuren. 

Het licht en de duisternis geven geboorte aan alle kleuren. 

Het licht is wit en het duister zwart, maar het licht bestaat slechts door het vuur: rood. 

Rood en wit zijn de basiskleuren in de symboliek. 

Het kleurloze diepe zwart moet het vuur uit zich afgeven, doordat het zich met het licht, het vuur, mengt of aanraakt. De zonsopgang die de nacht doorlicht en aanraakt, rood. 

De gloeiende kool in de "Fama Fraternitatis". 

De rose kleur van de liefde is: zwart - rood - wit. 

De kleur van het zwart is bepalend voor de kleur van het rood.  Onkundig, onrein zwart geeft een gemeen rood af, maar is ook vuur: fanatisme, hartstocht, verbranding. 

Het vuur van de geest bewijst zich eerst aan de mens in een speciale kleur rood: hartebloed, blauwrood, een rood van vuur, de Robijn, een vlammenspel. 

Het wit is de wijsheid. 

Uit dit speciale blauwrood, dat uit de schoot van het zwart komt, vermengd met de wijsheid van het wit, schiep God de schepping. 

Alle andere kleuren zijn ontstaan door een vermenging van Gods wijsheid, wit, met de kleuren van het vuur: rood - blauw - oranje - geel - groen. 

Het zwart moet branden voordat de kleuren gemaakt kunnen worden. 

Elke vermenging is uit de natuur van de kleur die hem domineert. 

In de kleuren, evenals in alle symboliek, hervinden we de taal van de vereniging van de tegengestelden. 

Een kleur kan heilig dan wel onheilig worden. 

De slang stelt dan weer de slechte geest voor en dan weer de goede geest of Chrestos. Het heilige bestrijdt het onheilige totdat één der beide wint. Ook in de kleuren. 

In de symboliek van de elementen herkennen we hetzelfde: water is soms een symbool van herschepping dan weer van duistere lichtloze machten. 

Juist de vereniging van de tegengestelden, hun confrontatie, verleent de kleur zijn heiligende dan wel ontheiligende kracht. 

Vandaar dat de kleur van de edelsteen belangrijk is. 

Elk mens gevoelt zich aangetrokken tot een nuance van een kleur, een vermenging die overeenstemt met zijn aard en instelling. 


Het rood bestaat in drie betekenissen: spiritueel - mystiek en profaan. 

Het hemelse vuur rust in de grot des harten, zeiden de ouden. Het is het fundament van de schepping en het begin van de hemelse mens. 

Door dit vuur kan men de wereld overwinnen. 

Het vuur en de ether zijn de onbelichaamde vormen van de geest: rood en het blauw des hemels. 

Wanneer dit vuur zich vermengd met de ziel krijgt men een specifieke kleur purper. 

De mens Adam, volgens de legenden, is gevormd uit aarde - zwart, water - blauw en vuur - rood. 

Het speciale geestelijke rood is van de Goede Moed en de Liefde tot de Geest; het zwart van de erkenning des Lichts, de ontvankelijkheid; en het blauw des Hemels of de trouw, de hunkering. 

De bliksem wordt gezien als een vereniging van ether - blauw; vuur, de hemelse hitte - oranjerood; zijn trilling heeft een bijzondere uitwerking op de ontvankelijkheid van de aarde, het water. 

Zielloos rood is als bloed van doden, dat wegvloeit. 

Zielvol rood is als het vuur dat het bloed verwarmt; de ziel, de etherische trilling; de kleur blauw speelt altijd mee. 

In de alchemie zegt men: de aarde wordt vochtig en braakt blauwgrijze damp uit, alsof zij vuur eet. 

De vereniging van zwart - geelrood, het woord - blauw of ether des hemels betekent Het leven. 

Vandaar dat de Ram als geestelijke steen de Robijn heeft en als profane steen de Amethist, de ootmoed. 

Het opheffen van Vydia, het geen kennis hebben, zwart. (Schorpioen, het branden van het zwart, harde ervaringen, een oranjerood, Toermalijn) 

Op het moment dat de zon, het vuur, de aarde aanraakt, breekt de dag, het Aurora, in vlammen, roodgeel, over de aarde, zwart. 

Bij de Grieken offerde men Pan aan het vuur; dan werd zijn lichaam wit, zijn gezicht rood en zijn hoorns van goud (Saturnus). De witte Pan is de herschapen Pan. 


Het mystieke rood. 

In de mystieke symboliek is de kleur rood die van de letter Shi of Shiva, de middelende god, de zon. 

Ook de kleur van herstel, wedergeboorte; de individuele geestelijke kleur wanneer men herschapen wordt. Het vuur waar doorheen de mens moet gaan om herboren te worden; de kleur van ervaringen. 

De nuance rood die de mens bewondert typeert zijn innerlijke ervaringsleven. Rood is de kleur van kinderen, het is het begin, de goede moed. 

Het is de kleur van de liefde der onschuldigen, een volkomen overgave die warmte afgeeft. Deze kleur mist de fatale nuancering van de hartstocht, een scherp geel, haat, intelligentie, vals licht. 

In de oudheid was rood de kleur van de onschuld en de maagdelijkheid. 

Wederom zonder de duivelsheid van de intelligentie. Slechts vlammend uit een innerlijke aanraking. 

Het ontwaken van de ziel is als een Aurora, vlammend rood. 

In alle ceremoniën speelde de kleur rood die van overgave of opwekking door de geest, het vuur. 

Vuur dat uit zichzelf op het altaar gaat branden, omdat de ziel des vuurs, des geestes reeds aanwezig is. 

De ziel die aangestoken is door de geest wordt purper, zegt de voorchristelijke godsdienst. 

Het is de purperen ziel die zich in het water, in het hout, in de stenen en in de lucht bevindt. 

Wordt hij aangestoken door het rood van Vishnou dan is dit purper schitterender dan de zon. 

Purperrood is het begin van de liefde tussen ziel en geest: het goede begin. De liefdesnuance en kwaliteit wordt bepaald door de nuance van het rood en het blauw. In het purper in glas-en-loodramen zitten goudsporen. 


Het profane rood 

Profaan rood is bloed, strijd, onheiligheid, revolte tegen het hemelse. Onkunde van het zwart dat geforceerd wordt aangestoken voor de wil, agressie. 

Rood werkt prikkend op het bloed, en verwarmend, voelt ook verwarmend. 

Bij vurige mensen werkt rood nerveus storend. 

De profane mens kent slechts de profane liefde, hartstocht en strijd, oppositie. 

Het profane rood kan ziekten veroorzaken van de lever, kinderziekten, jicht, spit, haaruitval, bloedarmoede, koude. 

De Ram moet leren door de ootmoed van de Amethist zijn hoge geestelijke vuur te kleuren; de Goede Moed, Michaël. 


Het spirituele geel. 

Geel is de kleur van het goud, de adeldom, intelligentie, indien het natuurlijk die specifieke edele goudgele tint heeft. 

Intelligentie kan worden tot een duivel, fel geel. 

Het waagstuk van de herschepping is het juiste geel te kleuren met het juiste rood en te laten samenvloeien met het tere blauw, dat niet mag afschrikken voor de kleur oranje. 

Uit deze vermenging komt dan de kleur groen, de Smaragd. 

Elke valsheid of onreinheid daaraan doet zowel het rood, als het blauw, als het geel profaneren. 

Met de resultaten daaraan verbonden: het geel wordt haat, jaloezie; blauw wordt slaafse onderworpenheid zonder bezieling; rood wordt instinct, hartstocht, een gevecht van de tegengestelden (liefde). 

In het spirituele geel komt zowel het rood van de liefde als de geestelijke intelligentie tot uitdrukking: lichtend door vuur, lichtend door de ervaringen, lichtend door een innerlijke wijsheid. 

Indien het geel niet lichtend is als goud, is het een geestloze rede, vals lichtend, een onheilige, aangestoken rede. Goud is de geestelijke rede. 

De geestelijk zon, in alle zonnegodsdiensten had de kleur van goud; geel met een brandend hart of ziel. 

De Leeuw is een mens van edele adeldom, of van onheilige intelligentie, of van vurig fanatisme, geleid door een redeloos licht, een innerlijk licht dat hijzelf niet begrijpt. 

Goudgeel is de kleur van bescheiden adeldom. 


Het mystieke geel. 

Goud is altijd het metaal geweest dat inwijding betekende. 

De goudgele kleur symboliseert de duurzaamheid van het vuur; eerst rood, dan goud. 

Het is de kleur van de draad van Ariadne. Stabieler dan het beginrood, niet meer uit te doven; zijn kleur kan niet verloren gaan, hoogstens zijn glans verliezen. 

Duurzaamheid (rede). 


Het profane geel. 

Wanneer de ziel uit het geel wordt genomen, krijgt het een andere gloed, evenals een andere trilling. 

Zielloos geel is scherp, of doods. 

Het metaal goud verdraagt de aanraking met een ziek mens niet, het geeft dan zwart af. 

Een disharmonische trilling vermag het goud te beledigen. 

Het gewone geel is ook de kleur van verraad, de kleur van de verraders. 

Joden die God verraden hadden werden geel geschilderd. 

Jaloezie, geel is het begin van de zondeval, Lucifer, het licht van de leeuwenkop. 

De Leeuw moet zijn Aquamarijn kleuren door zijn eigen innerlijk geel of intelligentie. Zonder deze geestelijke intelligentie kan de Aquamarijn (blauwgroen) nooit een Smaragd worden, die de poort tot de Diamant opent. 

Geneeskundig: het geel straalt het meeste licht af, buiten wit; de zonnevlecht, Hara. 

Het geeft optimisme en is zenuwopbouwend. 

Het profane geel kan ziekten geven van de darmen, het hart, de huid en suiker; pessimisme en depressie. 


Het spirituele blauw. 

Blauw is de kleur van de ether, de wind, de hemel. 

Iemand, die uit geest geboren is, bezit de wind des geestes, zijn ether. 

"De ziel is uit de wind (ether - blauw) en mijn geest (vuur - liefde - rood)". 

Een zachtgekleurde ziel, violet, bezit weinig geest, een donkere ziel, indigo, bezit te veel wind, hij is onrustig of emotioneel, te bewogen, een te veel aan geest reguleert zichzelf, geest en ziel zijn op elkander afgestemd. 

Een te weinig aan harmoniserende zielekracht maakt het blauw te rood; een te weinig aan heiligende geestkracht maakt het blauw te koud. 

De Saffier als het blauw is als de hopende ziel, haar licht broeit in hem, hij wacht op de geest. 

Wordt de Saffier aangestoken met een vuur, dan moet hij een Diamant worden, zonder zijn ziel te verliezen. 

De Saffier moet niet door profaan geel of profaan goud worden aangestoken, maar door het vuur, levend rood - geel. 

Hoe lichtender de Saffier des te edeler en sterker is hij. 

Het etherische vuur is als het blauw dat brandt. 

De Waterman moet streven om een werkelijke Saffier te worden, die het licht of de warmte van het innerlijke vuur leert kennen. 

Hij mag nooit verkleuren, hetgeen de Saffier snel doet, d.w.z. zijn vuur of geest verliezen of verraden. 


Het mystieke blauw. 

Zoals de wind veranderlijk is en zoals de ether zich overal kan aanpassen, zo kan blauw allerlei toonaarden aannemen en zelfs bijna terugkeren tot haar schoot, het zwart, indigo, blauwzwart. 

Lichtblauw is het symbool van geloof, zonder licht, een slaafs geloof, een star geloof. 

Hardblauw is het symbool van zielloosheid, het kan breken door geweld, het kan smelten door vuur of liefde, waarna de ziel vrijkomt. 

(de Waterman is vaak een toneelspeler, een hypocriet) 

Blauw is altijd de kleur geweest van de hemel, die het licht bevatten kan. Blauw is de kleur van de hervorming van de mens, zoals rood zijn heiliging kan betekenen. 

De mens heeft beide kleuren nodig. Het diepe blauw van de hoop of de wens; het edele rood van de verwerkelijking van die wens. 

Blauw symboliseert de herinnering der hemelen. 


Het profane blauw. 

De trouw is het symbool van blauw als een herinnering aan de onuitblusbare hoop van de ziel, de Saffier. 

De hemel is het symbool van de hoogten, van God, van het streven naar geestelijke adeldom. 

De ziel kent een trouw die niets vraagt, omdat alles in haar is. 

Tegenwoordig vergelijkt men de kleur met kuisheid, trouw, koninklijkheid. 

Als kleur van de Waterman moet hij trachten haar lichtend te maken, lichtend zonder zijn kleur te verliezen, hartverwarmend te maken. 

Genezend is blauw de kalmeerder van infecties, het werkt antiseptisch, ook tegen koortsen en gezwellen. 

Indigo werkt op het oog, oor en neus. 


Het spirituele groen. 

In de kleurensymboliek kent men drie stadia: 

1. het zuivere existeren van de kleur of de geest; 

2. de manifestatie in het leven; 

3. het resultaat in de daad. 

Bij het laatste behoort de kleur groen. 

Men ziet hem als b.v. de schepping: uit het goudgeel van de intelligentie des geestes en het blauw van de ether of het water ontstond de schepping in groen. 

Groen is het kleuren van het leven door middel van het woord Gods: hout; in de Chinese filosofie symboliseert hout het leven. 

Volgens de ouden schiep God drie hemelen: 

de eerste is die van de liefde: rood; 

de tweede is die van de wijsheid: blauw; 

de derde is die van de schepping: groen. 

De smaragdgroene mens is een schepping Gods: hij staat het dichtste bij de Diamant. 

De Maagd streeft door zijn isolement in zichzelf naar een schepping des geestes; groen zonder ziel is echter onwetende natuur; met het licht is hij als de Chrysoliet, zacht lichtend groen. 

Als Smaragd is hij nog een fase hoger gekomen: hij heeft de grens van de natuur overschreden door middel van zijn intelligentie. 

Groen is de middelste kleur van de regenboog; beide zijden moeten samengaan in de smaragden kleur, de kleur van de middelaar, Mercurius, de 5, het middelende getal. 

Groen kalmeert, maar geeft geen slaap of rust, hij animeert vriendelijk en wijs (blauw en lichtend geel). 

Groen is de kleur van de mens die tussen twee aanrakingen staat: het licht en de ether, blauw en geel. 

Het resultaat is zijn groene, harmonische, met de natuur meebewegende en toch lichtende gestalte of intuïtie (blauw) en ge-weten (geel). 

De Maagd wordt gezien als Isis, zij is groen, zij is de geleidster van Osiris door de schepping heen tot in het geestelijke rijk. 

Zij is de lichtende Chrysoliet, de Smaragd is nog edeler. 

De natuur is lichtend, haar onwetendheid licht door de trilling des geestes. 

Groen schilderen is een moeilijke opgave, omdat erin de geest achter de natuur afgebeeld moet worden door middel van haar ziel; een zee schilderen is moeilijk, omdat zij is als de ether: veranderlijk, de wind, alles meenemend, een blauw van een ondefinieerbare kleur, soms groen, soms grijs, soms blauw, maar altijd lichtend. Een lichtloze zee is een zieke zee. 


Het mystieke groen. 

Groen symboliseert de hoop van de natuur, het uitzien naar de zonsopgang, het vorm aannemen nadat de aarde de natuurziel tot groeien heeft gebracht. 

Groen is altijd gebruikt om de vruchtbare en reagerende aarde te symboliseren. 

Het zwart heeft dan zijn eerste geheim prijsgegeven. 

Uit een verborgen vuur, een warmte of leven brengt het groen voort. 


Het profane groen. 

Zoals het groen in de mystieke zin het symbool is van de geestelijk vruchtbare mens, zo ziet men het in de profane taal aan voor de vruchtbaarheid van de natuur. 

Vandaar dat men de Stier er dikwijls mee verbindt. 

In werkelijkheid behoort de kleur bij de Maagd als symbool van de onbezoedelde natuurlijke reinheid, die in de verborgen ziel een licht afgeeft. 

Hoe edeler van denken de Maagd, des te veeleisender zij wordt voor de kleur van haar Chrysoliet. 

Als kleur van de hoop is zij afwachtend; het blauwgroen is een geestelijke hoop; de hoop als de Saffier is lichtend blauw, die bij een bepaalde lichtval groen kan worden. 

De blauwgroene Aquamarijn is ether en groen, hoogstaand. 

Genezend werkt het groen kalmerend op hart en zenuwen en kankercellen. 


Rose. 

Rose symboliseert de verstilde wijze liefde; uit edel rood (vuur) en de wijsheid of de totaliteit van het wit. 

De naam van de roos stamt van de kleur rose af of, zoals in het Frans: rosée, de dauw. 

Wijze liefde kan opvlammen in rood, vuur, in wit: wijsheid en zelfs in geel: intelligentie. 

Men kan allerlei variaties van rose hebben. 

Het gaat om een harmonisch samengaan van de kleuren: rood - geel - blauw en wit. 


Purper - Paars. 

Purper en paars zijn twee namen van eenzelfde kleur. 

Echt purper is actief en vertegenwoordigt het rood in al zijn facetten, gepaard aan ontvankelijkheid, emotionaliteit, etherische geest. 

In zijn hoogste betekenis is het de dominerende geest (vuur) over de ziel. 

Bij violet is het net andersom: een ontvankelijke, aan de geest overgedragen ziel, die zich laat leiden (ootmoed). 

De sterke purperen kleur zijn onverdraaglijk voor de harmonisch, natuurlijke mens en zijn zenuwen, hij komt slechts tot het violet en is zelden edel. 

Als harmonische kleur is hij moeilijk weer te geven, omdat de mens meestal noch de juiste kleur rood, noch de juiste kleur blauw kent. 

Violet is de kleur van totale overgave in geestelijke zin. Een ootmoed die geen slavernij kent. 

Ook een moeilijke kleur door de harmonie van zijn vermenging. 

Genezend werkt de kleur tegen reuma en psychische aandoeningen, astma en is ontkrampend en desinfecterend; het stimuleert de creatieven. 


Bruin. 

Een vermenging van groen en rood. 

De voorbereide mens die zich aan het vuur overgeeft; hij komt daaruit te voorschijn als een goudglanzend bruin, dat later wordt tot een goudgeel. 

Goudbruin is de kleur van de acceptatie; ook van de interesseloosheid, indien het lichtloos is. 

Hier weer: een edel rood en een edel groen; in het rood is dan het lichtend geel evenals in het groen dat de gouden gloed verschaft. 


Grijs. 

De kleur van de vermenging van wit en zwart, het opgaan van de stof in de geest. 

Het grijs moet dan weer zijn: lichtend, vol van het ervaringsvolle zwart en de wijsheid van het wit, het kan een nuance van alle kleuren hebben. 

Er zijn talloze kleuren grijs, die de kilte van het wit en de duivelsheid van het zwart of de onwetendheid van het zwart uitbeelden. Het wordt dan het kwade, het duivelse, een onrein zwart en een wetend onrein wit. 

Vermengingen zijn altijd vormen van het samenvoegen van de zielen der andere kleuren. 


Oranje. 

Oranje is de eenheid van de vuurvlammen; de vereniging van aards vuur en geestelijk vuur; alles in zich verenigend. 

De Boogschutter, de Vuuropaal, die is als een opvlammen van de eenheid van de zeven kleuren. 

De levende bezieling van de mens uit liefde voor de geest, de aangestoken ziel. Oranje is de kleur van het brandende hart, dat ook fanatiek kan worden, onstuitbaar. 

De Boogschutter kan opvlammen, zijn lagere ego verbrandend, anderen verbrandend. De kleurtoon bewijst zijn adeldom. 

De adeldom van het oranje wordt gevormd door een edele kleur rood, waarin het blauw zit, door een goudgele kleur van bezonkenheid en intelligentie en door een abstracte kleur groen, die gevormd wordt door het blauw uit het rood en het goud uit het geel. 

Alles tezamen wordt de vlam van de ziel. 


Ram = rood; Stier = bruin; Tweeling = geel; Kreeft = antraciet; 

Leeuw = goud; Maagd = groen; Weegschaal = violet; 

Schorpioen = zwart; Boogschutter = vlam; Steenbok = wit; 

Waterman = blauw; Vissen = askleur.

1970 - 2008, copyright Henk en Mia Leene